Dubbel gepakt

Met zoon Ruben (23) zit ik te praten over van alles en nog wat. Opeens vertel ik dat ik me soms bij oude mensen met wie ik werk voorstel dat ik op een dag bij hun dode lichaam zal staan. ‘Bij sommigen krijg ik meteen een glimlach, bij anderen een treurig gevoel’, zeg ik. ‘De glimlach komt altijd als het gaat om iemand die nu leeft met aandacht en vreugde. Volgens mij heeft dit iets met de hemel te maken.’

Mijn oudste zoon zegt: ‘En als je aan je eigen dood denkt, komt er dan ook een glimlach?’
Ik vind het een mooie en indringende vraag, en voel trots op het inzicht waaruit het voortkomt. ‘Ja’, zeg ik met een glimlach. ‘Ja.’

Dit verhaal vertel ik een paar dagen later aan geliefde en onze zoon Marcus (11). Hij kijkt me aan en merkt op: ‘Dus Ruben gaf een antwoord in de vorm van een vraag’.

Hare Majesteit de Werkelijkheid

Op de dag van mijn verjaardagsfeest ging ik de vroege ochtend zegenen door te zwemmen in de Waard.
Het water was opeens weer koud, ik voelde mijn huid als een schild worden, mijn ballen krimpen en ik vroeg me af of ik de overkant wel zou halen. Wat er zou gebeuren als, hoe het zou zijn om… ja, man op de drempel van vijftig; houd er maar rekening mee.

Rechts van mij klonk gespetter en geklapwiek. Twee enorme zwanen verhieven zich en vlogen vlak voor me langs, met fluitende vleugels, midden op het water.

Verbaasd keek ik op en om, en zag dat achter me een enkeling de andere kant op vloog.

Als dit een droom was, dacht ik, dan had ik de beeldtaal aanvaard met dankbaarheid.
Maar dit was slechts de werkelijkheid.

En er kwam een lach.