Diepgang

‘Ja pap’, zegt zoon (5), terugkomend van ochtendlijk wc-bezoek, ‘zo gaat het in het leven. Zo heb je een wc-rol, nu is-ie al bijna op!’

U kunt zich niet voorstellen wat een gesprekken wij hebben.

Oei

Heb nog steeds Marcus’ dreigement niet verwerkt. Toen ik hem (4) eerder deze week naar bed bracht was hij driftig van verzet en riep: ‘Ik stuur je het huis uit en ik maak een foto van je!’

‘Wat doe je met die foto?’, vroeg ik verbouwereerd.

‘DIE GOOI IK WEG!’, gilde hij.

Verveling

Het is zondag en het regent de hele dag. Na het kinderfeestje van een van zijn vele vriendjes, daags ervoor, en het spelen met zijn beste vriendin, vallen we stil op de bank.

‘Als ik 90 word’, zegt hij opeens, ‘dan moet ik dit dus nog 79 jaar volhouden’. Hij zucht.
Ik kijk hem schattend aan. Is het een nieuw stukje theater? Of een plotselinge vlaag van depressie?

Ik steek toch wat lager in.

‘Verveel je je?’, vraag ik. Hij knikt.
‘Fijn’, zeg ik.
Hij kijkt op, vragend.

‘Als je altijd maar dingen doet, daar buiten, dan let je nooit op hoe het binnen in jou is’, zeg ik. ‘En dat kan juist heel goed als je je verveelt.’

‘Daarom wil jij ook soms naar de kerk hè?’, zegt hij begrijpend.

Au

Overhoring NASK (Natuurkunde Scheikunde) leert me weer eens wat zuurstof doet: verbranden, corroderen, verouderen, verrotten. En wij maar ademhalen.

Dubbel gepakt

Met zoon Ruben (23) zit ik te praten over van alles en nog wat. Opeens vertel ik dat ik me soms bij oude mensen met wie ik werk voorstel dat ik op een dag bij hun dode lichaam zal staan. ‘Bij sommigen krijg ik meteen een glimlach, bij anderen een treurig gevoel’, zeg ik. ‘De glimlach komt altijd als het gaat om iemand die nu leeft met aandacht en vreugde. Volgens mij heeft dit iets met de hemel te maken.’

Mijn oudste zoon zegt: ‘En als je aan je eigen dood denkt, komt er dan ook een glimlach?’
Ik vind het een mooie en indringende vraag, en voel trots op het inzicht waaruit het voortkomt. ‘Ja’, zeg ik met een glimlach. ‘Ja.’

Dit verhaal vertel ik een paar dagen later aan geliefde en onze zoon Marcus (11). Hij kijkt me aan en merkt op: ‘Dus Ruben gaf een antwoord in de vorm van een vraag’.

Hare Majesteit de Werkelijkheid

Op de dag van mijn verjaardagsfeest ging ik de vroege ochtend zegenen door te zwemmen in de Waard.
Het water was opeens weer koud, ik voelde mijn huid als een schild worden, mijn ballen krimpen en ik vroeg me af of ik de overkant wel zou halen. Wat er zou gebeuren als, hoe het zou zijn om… ja, man op de drempel van vijftig; houd er maar rekening mee.

Rechts van mij klonk gespetter en geklapwiek. Twee enorme zwanen verhieven zich en vlogen vlak voor me langs, met fluitende vleugels, midden op het water.

Verbaasd keek ik op en om, en zag dat achter me een enkeling de andere kant op vloog.

Als dit een droom was, dacht ik, dan had ik de beeldtaal aanvaard met dankbaarheid.
Maar dit was slechts de werkelijkheid.

En er kwam een lach.