Drie keer mis

Wat eten we vanavond?
‘Patat’, zegt zoon (11). ‘Pizza heb ik gisteren al op.’
‘Je krijgt elke dag patat van me schat’, zeg ik met verdraaide stem. ‘Want ik wil dat je gelukkig bent.’
Hij reageert niet. Hier had ik al het los kunnen laten. Op dit pedagogische gesprek rustte wellicht geen zegen.

‘Ik geef je elke dag patat’, zeg ik nogmaals, met een iets minder rare stem. ‘Als je maar gelukkig bent.’
Hij kijkt verstrooid op van zijn poppetjes. ‘O leuk’, zegt hij.
Ook deze kans om de kwestie te laten rusten, laat ik lopen.

‘Wat gaat er niet goed?’, zeg ik.
Hij kijkt vragend.
‘Als een vader zijn kind elke dag friet geeft’, vraag ik met de moed der wanhoop, ‘wat gebeurt er dan?’

Hij knikt welwillend. ‘Dan wordt-ie een Stampertje‘, begrijpt hij.