Verveling

Het is zondag en het regent de hele dag. Na het kinderfeestje van een van zijn vele vriendjes, daags ervoor, en het spelen met zijn beste vriendin, vallen we stil op de bank.

‘Als ik 90 word’, zegt hij opeens, ‘dan moet ik dit dus nog 79 jaar volhouden’. Hij zucht.
Ik kijk hem schattend aan. Is het een nieuw stukje theater? Of een plotselinge vlaag van depressie?

Ik steek toch wat lager in.

‘Verveel je je?’, vraag ik. Hij knikt.
‘Fijn’, zeg ik.
Hij kijkt op, vragend.

‘Als je altijd maar dingen doet, daar buiten, dan let je nooit op hoe het binnen in jou is’, zeg ik. ‘En dat kan juist heel goed als je je verveelt.’

‘Daarom wil jij ook soms naar de kerk hè?’, zegt hij begrijpend.